Over jezelf blijven uitleggen, tot je beseft dat ook daarin een vorm van jezelf verliezen kan zitten.
In het vorige hoofdstuk schreef ik over een deur.
De deur mocht openblijven.
Maar ik hoefde er niet meer voor te wachten.
Ik dacht toen dat ik daarmee een belangrijke stap had gezet.
Dat ik iemand nog graag kon zien zonder mijn leven stil te zetten. Dat gevoelens konden blijven bestaan zonder dat ze automatisch moesten bepalen welke richting ik uitging.
En daarna heb ik geprobeerd dat ook werkelijk te leven.
De deur bleef niet alleen symbolisch open.
We zagen elkaar opnieuw.
We brachten weekends samen door.
Er waren uitstappen.
Gesprekken.
Momenten van nabijheid.
We zijn zelfs opnieuw samen op vakantie geweest.
Niet omdat ik vergeten was wat er gebeurd was.
Niet omdat alle problemen ineens verdwenen waren.
Maar omdat ik niet wilde beslissen vanuit alleen maar pijn of boosheid.
Ik wilde kijken wat er gebeurde wanneer we de strijd even niet centraal zetten.
Of er nog iets bestond wanneer er gewoon twee mensen overbleven die meer dan twintig jaar geschiedenis met elkaar deelden.
En ja, die momenten waren er.
Soms konden we opnieuw lachen.
Soms voelde iets zelfs vertrouwd.
Dat maakte mij niet blind voor wat er nog lag.
Maar het maakte wel duidelijk dat liefde en conflict vreemd genoeg tegelijk kunnen bestaan.
En misschien was dat precies waarom wat daarna gebeurde mij zo hard raakte.

Na meer dan anderhalf jaar wilde ik vooral duidelijkheid
Ondertussen waren er nog altijd de andere dossiers.
Juridisch.
Financieel.
Praktisch.
Dingen die na meer dan anderhalf jaar nog altijd niet definitief waren vastgelegd.
En voor mij begon dat steeds minder te gaan over winnen of verliezen.
Ik wilde vooral dat er eindelijk ergens op papier kwam wat de feitelijke situatie was.
Waar staat iedereen?
Wat moet formeel geregeld worden?
Wat kunnen we afsluiten?
Zodat we niet opnieuw maanden verdergingen met dezelfde onzekerheid.
Tijdens de zitting heb ik zelf het woord niet genomen.
Mijn advocaat heeft voor mij gesproken.
En wat mij achteraf juist zo is bijgebleven, is hoe weinig strijd er eigenlijk in dat verhaal zat.
Er werd duidelijk gemaakt dat wij vooral een vlotte oplossing wilden.
Ook financieel.
De financiële situatie was aan beide kanten moeilijk. Dat werd niet ontkend.
Daarom was het voor mij ook helemaal niet de bedoeling om van die procedure een manier te maken om ergens financieel voordeel uit te halen.
Integendeel.
Als er praktische oplossingen mogelijk waren, mochten die besproken worden.
Als iets tijdelijk anders geregeld moest worden omdat de middelen beperkt waren, kon daarover gesproken worden.
Maar na meer dan anderhalf jaar wilde ik wel dat de werkelijkheid eindelijk correct werd vastgelegd.
Niet om iemand iets af te nemen.
Niet om iemand financieel kapot te maken.
Gewoon omdat eindeloos in een tussenfase blijven hangen voor niemand goed is.
Mijn verwachting buiten de rechtbank was daardoor eigenlijk vrij eenvoudig.
Goed. Dit is nu gezegd. We hebben duidelijk gemaakt dat we geen oorlog zoeken. Misschien kunnen we eindelijk verder.
Maar buiten die zaal hoorde ik plots een heel ander verhaal.
Wanneer dezelfde gebeurtenis twee totaal verschillende betekenissen krijgt
Waar ik de zitting had ervaren als:
Laat ons dit eindelijk afronden.
kwam ze bij mij terug als:
Jij wilt opnieuw oorlog.
Waar mijn advocaat had aangegeven dat financieel gewin helemaal niet de essentie was, hoorde ik:
Voor jou draait alles om geld.
Waar ik dacht:
Er moeten gewoon een aantal zaken eindelijk duidelijk op papier staan,
werd het:
Je valt mij aan.
En bijna automatisch gebeurde bij mij weer hetzelfde.
Ik wilde uitleggen.
Nee, zo is het niet gegaan.
Dat is niet wat er gezegd werd.
Dat was niet mijn bedoeling.
Ik voelde opnieuw de drang om alles nog één keer precies uiteen te zetten.
Tot ik mezelf ineens iets hoorde denken:
Hoe vaak moet ik nog uitleggen wie ik ben voordat ik besef dat nóg beter uitleggen misschien niets meer verandert?
Een beeld van mezelf dat ik niet herken
Die vraag ging uiteindelijk veel verder dan die ene rechtszaak.
Ik draag ze eigenlijk al langer mee.
Ik heb mij bijvoorbeeld vaak afgevraagd hoe iemand die ooit heel dicht bij mij stond later een beeld van mij kon hebben waarin ik mezelf nauwelijks nog herkende.
Hoe kun je met iemand diepgaande gesprekken voeren?
Elkaar begrijpen op manieren die je bijna nooit met iemand anders hebt meegemaakt?
Je veilig genoeg voelen om dingen te vertellen die normaal verborgen blijven?
En vervolgens op een bepaald moment bijna bekeken worden alsof je een totaal andere persoon bent?
Dat heb ik lang proberen begrijpen.
En ondertussen begon ik hetzelfde patroon op andere plaatsen te herkennen.
Mensen die mij vooral kennen via verhalen uit mijn oude omgeving kunnen soms al een bepaald beeld van mij hebben voordat ze werkelijk met mij gesproken hebben.
En soms gebeurt daarna iets bijzonders.
Ze leren mij zelf kennen.
En dan hoor ik:
“Ik had eigenlijk een totaal ander beeld van jou.”
Daartegenover staan mensen die mij buiten die hele geschiedenis ontmoeten.
Op vakantie bijvoorbeeld.
Mensen die niets weten over dossiers.
Niets over een scheiding.
Niets over wie volgens wie gelijk of ongelijk heeft.
Ze ontmoeten gewoon de persoon die voor hen staat.
En daar hoef ik niets uit te leggen.
Geen voorgeschiedenis.
Geen verdediging.
Geen dossier.
Ze kijken zelf.
Ze voelen zelf.
En vormen hun eigen beeld.
Dat contrast heeft mij lang verward.
Want als twee groepen mensen zo verschillend naar dezelfde persoon kijken, komt uiteindelijk de vraag:
Wie ben ik dan eigenlijk?
Misschien lag het grootste gevaar niet bij wat anderen dachten
Ik denk dat ik lange tijd dacht dat het probleem was dat anderen een verkeerd beeld van mij konden hebben.
Maar misschien zat het echte gevaar ergens anders.
In mij.
Want wanneer je vaak genoeg hoort dat je egoïstisch bent…
dat je vlucht…
dat je alleen aan jezelf denkt…
dat er verkeerde motieven achter je keuzes zitten…
dan gebeurt er iets.
Eerst probeer je de andere persoon te overtuigen.
Daarna begin je jezelf te ondervragen.
Zie ik het verkeerd?
Ben ik werkelijk zo?
Vergeet ik iets?
Heb ik een blinde vlek die iedereen behalve ikzelf ziet?
En zelfreflectie vind ik belangrijk.
Ik wil absoluut iemand blijven die naar zichzelf kan kijken.
Ik wil kunnen erkennen wanneer ik iemand gekwetst heb.
Wanneer ik mezelf verloren ben.
Wanneer ik dingen anders had moeten doen.
Maar zelfreflectie kan ook doorslaan.
Dan wordt ze zelftwijfel.
En zelftwijfel kan uiteindelijk je eigenwaarde beginnen aantasten.
Dan probeer je niet meer alleen te begrijpen wat je fout hebt gedaan.
Je begint jezelf te bekijken door de ogen van iemand anders.
En daar ben ik mezelf misschien nog vaker in verloren dan in het zorgen voor anderen.
Verantwoordelijkheid nemen is niet hetzelfde als ieder oordeel aannemen
Ik wil niet naar de andere kant doorslaan.
Dit verhaal betekent niet:
Ik luister naar niemand meer.
Integendeel.
Als iemand die belangrijk voor mij is zegt dat ik hem pijn heb gedaan, wil ik dat horen.
Als ik fout zit, wil ik dat kunnen erkennen.
Als iemand mij iets over mezelf laat zien wat ik niet zag, wil ik daarover nadenken.
Maar ik begin een verschil te zien.
Er is verschil tussen:
verantwoordelijkheid nemen
en
ieder oordeel over jezelf aannemen als waarheid.
Ik kan een fout maken zonder daarom een slecht mens te zijn.
Ik kan iemand teleurstellen zonder dat mijn volledige karakter daarmee beschreven is.
Ik kan een grens trekken zonder dat die grens automatisch egoïsme is.
Ik kan juridische duidelijkheid vragen zonder dat ik daarmee iemand haat.
En ik kan iemand nog graag zien terwijl ik tegelijk zeg:
Hier kan ik niet in meegaan.
Misschien heb ik vooral dát onderscheid veel te laat leren maken.
De moeilijkste vraag over liefde
Daardoor is mijn vraag over een relatie ondertussen ook veranderd.
Het gaat niet alleen meer over:
Zie ik iemand nog graag?
Dat is bijna de eenvoudigste vraag geworden.
Gevoelens verdwijnen niet zomaar na meer dan twintig jaar.
Er zijn herinneringen.
Kinderen.
Vertrouwdheid.
Mooie momenten.
Momenten waarop je elkaar nog altijd vindt.
Maar er is ondertussen een andere vraag die voor mij minstens even belangrijk is:
Wie word ik wanneer ik in deze dynamiek blijf?
Kan ik mezelf blijven?
Kan ik een grens stellen zonder urenlang mijn karakter te moeten verdedigen?
Kan ik een beslissing nemen zonder dat daar onmiddellijk een verhaal rond ontstaat over wie ik als mens zou zijn?
Kan ik liefhebben zonder dat liefde betekent dat ik ieder verschil moet inslikken?
Want als ik voortdurend moet aantonen dat ik niet de persoon ben die iemand van mij maakt, wordt zelfs liefde uiteindelijk vermoeiend.
Niet omdat er geen gevoel meer is.
Maar omdat er steeds minder ruimte overblijft om gewoon te bestaan.
Misschien is afstand niet altijd vluchten
Ik heb mezelf in mijn leven vaak genoeg verweten dat ik vluchtte.
En soms was dat waarschijnlijk terecht.
Maar daardoor is er een ander gevaar ontstaan.
Dat ik elke vorm van afstand automatisch als vluchten beschouw.
Alsof blijven altijd moediger is.
Alsof nog één gesprek altijd beter is.
Nog één uitleg.
Nog één poging.
Nog één weekend.
Nog één kans.
Maar misschien bestaat er ook een moment waarop blijven uitleggen geen moed meer is.
Misschien is het dan gewoon opnieuw jezelf verlaten.
Soms kan afstand ook betekenen:
Ik heb uitgelegd wat van mij is.
Ik heb naar mijn eigen aandeel gekeken.
Ik heb geprobeerd.
Ik ga niet opnieuw drie uur bewijzen dat mijn intentie anders was.
Dat hoeft geen vlucht te zijn.
Misschien is dat soms juist blijven staan.
Bij mezelf.
Niet iedereen hoeft hetzelfde verhaal over mij te hebben
Ik kan niet bepalen wat iemand over mij vertelt.
Ik kan ook niet bepalen wat iemand daarvan gelooft.
Ik kan niet overal naast gaan staan wanneer mijn naam genoemd wordt en zeggen:
Wacht, ik wil mijn versie ook nog geven.
En zelfs al zou dat kunnen…
zou ik zo willen leven?
Altijd mijn reputatie beheren?
Altijd corrigeren?
Altijd bewijzen?
Nee.
Mensen mogen uiteindelijk zelf kijken.
Wie mij ontmoet, mag zijn eigen ervaring met mij hebben.
Sommige mensen zullen mij graag zien.
Andere mensen niet.
Sommigen zullen mij verkeerd begrijpen.
En misschien begrijp ik anderen zelf soms ook verkeerd.
Dat hoort blijkbaar bij mens zijn.
Mijn taak is niet ervoor zorgen dat iedereen hetzelfde beeld van mij heeft.
Mijn taak is ervoor zorgen dat ik mezelf niet opnieuw verlies omdat iemand anders een ander beeld heeft.
De deur waar ik nog altijd stond
In het vorige hoofdstuk schreef ik dat ik niet meer voor een open deur wilde blijven wachten.
Ik dacht dat het toen over iemand anders ging.
Over wachten tot iemand terugkwam.
Maar misschien stond ik nog voor een tweede deur.
De deur van erkenning.
Met mijn uitleg in mijn handen.
Mijn goede bedoelingen.
Mijn fouten die ik wilde erkennen.
Mijn bewijzen.
Wachtend tot iemand eindelijk zou zeggen:
Ik begrijp het.
Nu zie ik wie je werkelijk bent.
Misschien gebeurt dat ooit.
Misschien ook niet.
Maar ook voor die deur hoef ik niet te blijven staan.
Ik hoef hem niet dicht te slaan.
Ik hoef niemand te haten.
Ik hoef zelfs niemand ongelijk te geven.
Ik mag gewoon verderlopen.
Want mijn eigenwaarde hoeft niet achter die deur te liggen.
Reflectie
Misschien verliezen we onszelf niet alleen door te veel voor anderen te zorgen.
Misschien kunnen we onszelf ook verliezen door voortdurend uit te leggen wie we zijn.
Omdat we zo graag juist begrepen willen worden.
Omdat we niet kunnen verdragen dat iemand een verkeerd verhaal over ons heeft.
Omdat we denken dat rust pas komt wanneer iedereen eindelijk onze intentie begrijpt.
Maar misschien ligt rust daar helemaal niet.
Misschien begint ze wanneer je zelf eerlijk genoeg hebt gekeken.
Wanneer je verantwoordelijkheid hebt genomen voor wat van jou is.
Wanneer je bereid bent fouten te erkennen.
En vervolgens ook durft te laten liggen wat niet van jou is.
De interpretatie van een ander.
Het oordeel van een ander.
Het verhaal dat iemand anders nodig heeft.
Eigenwaarde betekent voor mij steeds minder:
Ik weet dat ik gelijk heb.
En steeds meer:
Ik durf naar mezelf te kijken zonder mezelf telkens volledig af te breken.
Slotgedachte
Ik wil mezelf blijven onderzoeken.
Maar ik wil mezelf niet meer voortdurend verdedigen.
Ik wil luisteren.
Maar niet ieder oordeel automatisch tot mijn waarheid maken.
Ik wil liefhebben.
Maar niet opnieuw mijn eigenwaarde verliezen om liefde te behouden.
In het vorige hoofdstuk stopte ik met wachten tot iemand door de deur terugkwam.
Vandaag ontdek ik dat ik nog ergens anders stond te wachten.
Tot iemand eindelijk zou zeggen:
Ik zie je zoals jij werkelijk bent.
Ook daar mag ik nu vandaan.
Niet boos.
Niet omdat ik denk dat ik altijd gelijk heb.
Maar omdat ik langzaam begin te begrijpen dat niet iedereen hoeft te weten wie ik werkelijk ben.
Zolang ik het zelf maar niet meer vergeet.
Psychologische duiding
Weerspiegelde zelfbeoordeling – in de psychologie wordt hiermee bedoeld dat ons beeld van onszelf mede beïnvloed kan worden door hoe we denken dat anderen naar ons kijken. Wanneer je herhaaldelijk een bepaald beeld van jezelf terugkrijgt, kan dat beeld uiteindelijk ook in je eigen zelfwaarneming beginnen doorwerken.
Zelfconcepthelderheid – dit verwijst naar de mate waarin je beeld van jezelf duidelijk, stabiel en innerlijk samenhangend voelt. Wanneer de versie die jij van jezelf kent voortdurend botst met sterk afwijkende beelden die anderen van jou geven, kan dat onzekerheid oproepen over wie je eigenlijk bent.
Cognitieve dissonantie – de spanning die ontstaat wanneer twee overtuigingen moeilijk naast elkaar passen. Bijvoorbeeld: ik ervaar mezelf als iemand die probeert eerlijk en zorgzaam te handelen, terwijl iemand anders datzelfde gedrag interpreteert als egoïsme of eigenbelang. Ons hoofd wil zulke tegenstellingen vanzelf oplossen, waardoor de drang kan ontstaan om opnieuw en opnieuw uit te leggen wat we werkelijk bedoelden.
Eigenwaarde – eigenwaarde betekent niet dat je kritiek negeert of ervan overtuigd bent dat je altijd gelijk hebt. Het betekent dat je feedback kunt onderzoeken zonder je volledige waarde als persoon afhankelijk te maken van het oordeel van iemand anders.
Psychologisch ligt daar voor mij misschien de belangrijkste grens: zelfreflectie helpt mij groeien, maar wanneer zelfreflectie verandert in voortdurend mezelf moeten bewijzen, kan ze juist opnieuw tot zelfverlies leiden.
Spirituele blik
Ook levensbeschouwelijk bestaat er een oud onderscheid tussen wat van mij is en wat niet van mij is.
In het stoïcisme ligt een belangrijke scheiding tussen onze eigen keuzes en handelingen enerzijds, en zaken zoals reputatie en het oordeel van anderen anderzijds. Dat betekent niet dat de mening van anderen waardeloos is. Het betekent dat ik verantwoordelijkheid kan nemen voor mijn handelen zonder tegelijk te proberen controle te krijgen over hoe iedereen dat handelen interpreteert.
Ook binnen het existentialisme komt een verwante gedachte terug. Een mens is niet alleen wat anderen over hem zeggen of welke rol hem wordt toegeschreven. Identiteit wordt telkens opnieuw gevormd door de keuzes waarvoor we zelf verantwoordelijkheid nemen. Authenticiteit betekent daar niet dat je één onveranderlijke “ware versie” van jezelf moet verdedigen, maar dat je je eigen leven en keuzes werkelijk als de jouwe durft te dragen.
En misschien ligt daar voor mij vandaag iets spiritueels in dat veel eenvoudiger is dan gelijk krijgen:
Ik hoef niet te bepalen welk verhaal iemand anders over mij nodig heeft.
Ik kan alleen proberen zo te leven dat mijn eigen handelen steeds beter overeenkomt met wie ik wil zijn.
Slotzin
Ik hoef niet door iedereen juist gezien te worden om mezelf niet meer uit het oog te verliezen.
Heel mooie tekst en waar iedereen denk ik wel eens is, zelf meestrijdt,
Zelfde situaties tegenkomt als jij
Bedankt Wim
Wim heel mooi geschreven en weet ik ben er voor u xxx