Hoofdstuk 37 – De stilte die alles zei

Ze wist het niet.
Maar ik wel.

We zaten samen in die zaal.
De lichten, de muziek, de mensen rond ons —
het leek een gewone avond.
Maar voor mij was het afscheid.

We gingen naar een concert van Slimane.
Het zou ons laatste zijn.
Niet officieel. Niet uitgesproken.
Maar ik wist het.
Zij niet.


De dagen ervoor waren beladen.
Ik had bewust afstand genomen.
Sliep nog thuis, maar hield grenzen.
Ze zocht nog steeds affectie.
Wilde knuffels, nabijheid, verbinding.
En natuurlijk…
ik voelde die nood ook.

Want ik hield nog van haar.
Echt.
Maar ik kon niet meer doen alsof.
Elke aanraking zou een signaal zijn dat het nog goed zou komen.
En ik wist… dat kwam het niet.

Dus ik hield afstand.
Niet uit kilte.
Maar uit eerbied.


In een discussie had ze eerder al gezegd:

“Ik heb een advocaat. De boekhouder is verwittigd.”

En daarmee wist ik:
ze is al bezig. Achter mijn rug.
Het zou geen oplossing worden.
Geen zachte landing.

En toch… bleef ik nog in zachtheid.
Nog even.
Voor de kinderen.
Voor de herinnering.
Voor mezelf.


Tijdens dat concert,
zat ik tussen afscheid en aanwezigheid.
Zij genoot zichtbaar.
Maar ook met een soort vlakheid.
Het raakte haar wel,
maar niet zoals het mij raakte.

Elke tekst van Slimane bracht me terug naar momenten,
herinneringen van het voorbije jaar.
Het was voor mij een trip door alles wat geweest was.
Een innerlijke film met geluid.


Ik voelde de emoties in mij schuiven.
Niet als een explosie.
Eerder als een onderstroom.
Ik wist: dit moment ga ik onthouden.
Niet omdat het bruiste.
Maar omdat het eindigde.
In stilte.


We reden terug naar huis.
Zonder woorden.
Niet vijandig.
Niet verbonden.
Gewoon… leeg.

En toch vol.


Ik keek naar haar.
En ik voelde dat ik haar niet kwijt wilde.
Maar ik wist ook dat ik haar niet meer kon houden
zonder mezelf te verliezen.

En zij wist het nog niet.
Maar ik wel.



Reflectie

Soms begint een afscheid lang voordat het uitgesproken wordt.
Het zit in de blik.
In de aarzeling bij een aanraking.
In het weten dat je niet meer kunt geven wat de ander hoopt te ontvangen.

Afscheid nemen terwijl je fysiek nog dichtbij bent,
is een van de stilste, maar zwaarste vormen van loslaten.

Je blijft aanwezig,
maar je bent al aan het afronden.
Niet omdat je niet meer voelt,
maar omdat je niet meer kunt blijven liegen — ook niet met je lichaam.


Psychologische duiding

Wat zich in deze periode afspeelt, wordt in de psychologie vaak omschreven als anticiperende rouw.
Het is een rouwproces dat op gang komt voordat het verlies feitelijk plaatsvindt.
Mensen met een verhoogd emotioneel bewustzijn ervaren vaak het einde al voor het uitgesproken wordt.

Tegelijk is er sprake van cognitieve dissonantie:
het innerlijke conflict tussen wat je weet en wat je nog doet.
Je weet dat het geen toekomst meer heeft,
maar je bent nog fysiek aanwezig,
je deelt nog momenten, je voelt nog genegenheid.

Dat zorgt voor een spanningsveld tussen oprechtheid en mededogen.
Hoe blijf je nabij zonder hoop te geven?
Hoe blijf je zacht zonder terug te keren?

Het vraagt grote innerlijke helderheid om je liefde niet als reden te gebruiken om te blijven,
maar als reden om zorgvuldig los te laten.


Levensbeschouwelijke blik

In religieuze en spirituele tradities bestaat het besef
dat sommige verbindingen niet eindigen in conflict,
maar in overgang.

In het christendom spreekt men van een stil kruis:
de last die je draagt in stilte,
uit liefde,
om niet te breken wat nog kostbaar is.

In het boeddhisme is dit het loslaten van gehechtheid:
niet uit onverschilligheid,
maar omdat het bewustzijn is gegroeid.

Ook in soefitradities spreekt men over ‘de dans van vertrek zonder vernietiging’
waarin je afscheid neemt met eerbied,
wetende dat liefde niet altijd betekent dat je blijft.

Het overstijgt religie.
Het is iets wat iedereen voelt die ooit al bewust is weggegaan,
niet om te breken,
maar om zichzelf te redden.


Slotzin

Soms neem je afscheid nog voor het eindigt — en dat zijn de stilste, maar zwaarste momenten van allemaal.

Geef een reactie