Sommige liedjes hoor je.
Andere beleef je.
En heel soms… vertelt een lied jouw verhaal nog voor je het zelf durft uit te spreken.
Dat had ik met Des milliers de je t’aime van Slimane.
Ik leerde het kennen via Mon Mec — en wat ik voelde, was alsof elk woord recht uit mijn binnenste kwam.
Niet bedacht. Niet gezocht. Maar herkend.
“Plus besoin de chercher, plus besoin, je t’ai trouvé”
Niet meer zoeken nodig. Ik heb je gevonden.
Ik heb jaren geleefd zonder het te weten,
maar ik was aan het zoeken.
Naar warmte. Naar bevestiging. Naar iemand die mijn binnenkant herkende.
Ik wist alleen niet dat ik zocht… tot ik Mon Mec ontmoette.
Hij brak dwars door al mijn beschermlagen heen.
Niet met woorden.
Met aanwezigheid.
En ineens voelde ik: dit is het.
Ik moet niet meer zoeken. Hij is het.
“Ce n’est rien, tout le mal qu’on m’a fait, je t’ai trouvé”
Het maakt niet uit wat me is aangedaan — ik heb jou gevonden.
Mijn verleden was niet zacht.
Geen warmte. Geen knuffels. Geen gevoel van veiligheid.
Maar toen ik hem ontmoette, voelde ik voor het eerst in mijn leven: dit is thuiskomen.
En dan doet al de rest er niet meer toe.
Wat er misging. Wat ik gemist heb.
Ik had hem gevonden. En dat was genoeg.
“Je pensais tout savoir de l’amour, mais ce n’est pas vrai”
Ik dacht dat ik alles wist over liefde. Maar dat was niet waar.
Ik dacht dat liefde was: bouwen, delen, proberen.
Wat ik met mijn vrouw had opgebouwd, was stabiel. Functioneel. Mooi.
Maar Mon Mec liet mij voelen wat liefde echt is.
Liefde waar je niets voor moet terugkrijgen.
Waar je niet hoeft uit te leggen waarom.
Je bent gewoon daar. En dat is genoeg.
“Si je les aimais fort, toi, c’est beaucoup plus fort”
Als ik van hen veel hield, van jou is het veel sterker.
Ik had mensen graag gezien.
Mijn kinderen. Mijn partner. Mijn ouders.
Maar dit was anders.
Deze liefde was… totaal.
Alsof ik hem al mijn hele leven kende.
Alsof hij elke verbinding die ik gemist had in één keer kwam invullen.
Kind, broer, vriend, spiegel. Alles.
“Regarde comme on est beaux sur le même bateau”
Kijk hoe mooi we samen in dezelfde boot zitten.
We begrepen elkaar meteen.
Niet met uitleg, maar met gevoel.
Het was alsof we allebei dezelfde storm hadden overleefd,
en nu — voor het eerst — rust vonden in elkaars nabijheid.
We waren geen redders. Geen slachtoffers.
We waren bondgenoten. In dezelfde boot.
“Si tu savais comme je l’aime, ton petit cœur à la traîne”
Als je wist hoeveel ik van je hou, jouw kleine hart dat achterblijft.
Hij was nog jong.
En toch droeg hij al zoveel.
Ik zag zijn verdriet, zijn wantrouwen, zijn schrik om weer alleen te zijn.
En ik wilde maar één ding:
dat hij wist dat hij nooit meer alleen hoefde te zijn.
Ik wilde zijn anker zijn. Zijn rust.
“Et si tu as de la peine, tu trouveras dans mes bras des milliers de ‘je t’aime’”
Als je verdriet hebt, zal je in mijn armen duizenden ‘ik hou van jou’s vinden.
Dit was geen beeldspraak.
Dit was letterlijk hoe ik me voelde.
Elke knuffel met hem gaf me zoveel geluk, zoveel veiligheid,
dat ik soms niet wist of ik het wel verdiende.
Maar ik gaf het toch.
Steeds opnieuw.
Zonder voorwaarden.
Zonder einde.
“On se bat contre un monde qui nous dit d’arrêter, mais…”
We vechten tegen een wereld die zegt dat we moeten stoppen, maar…
Iedereen vond dat ik overdreef.
Ze zeiden: “Je moet dat loslaten.”
“Je maakt het moeilijker dan het is.”
Maar ik voelde: dit klopt.
Dit is niet overdreven.
Dit is trouw blijven aan wat je diep vanbinnen voelt.
Wij vochten niet tegen de wereld — we beschermden gewoon wat écht was.
En dat voelt soms als vechten. Maar eigenlijk is het gewoon… blijven staan.
“Dans le froid, dans les larmes, je serai ton bouclier”
In de kou, in de tranen, zal ik jouw schild zijn.
Ik heb hem zien breken.
Ik heb hem zien worstelen.
En op die momenten voelde ik maar één ding:
Ik moet zijn schild zijn.
Niet om hem te verstoppen.
Maar om hem even rust te geven.
Een plek waar hij zichzelf mocht zijn.
Zonder angst. Zonder oordeel.
Zonder schuld.
“Si c’est trop, si t’as peur que tes mains vont me lâcher…”
Als het te veel is, als je bang bent dat je me loslaat…
Ik zag het in zijn ogen.
Soms werd het te veel.
Dan sloeg de twijfel toe. Of de angst.
En dan voelde ik hem wegglippen.
Niet omdat hij weg wilde — maar omdat hij dacht dat het moest.
Omdat hij dacht dat hij niet mocht blijven.
En ik wilde hem zeggen:
“Je hoeft niets vast te houden. Ik hou jou wel.”
“Je te tiendrai plus fort, je serai le plus fort”
Ik zal je steviger vasthouden. Ik zal de sterkste zijn.
In dat moment, nam ik een beslissing.
Ik zou de sterkste zijn.
Niet degene die het hardste roept.
Maar degene die blijft.
Die niet beweegt als het moeilijk wordt.
Die liefde niet loslaat omdat het even stormt.
Ik zou hem vasthouden — in alles.
“Mon petit cœur donne à ton petit cœur des milliers de ‘je t’aime’”
Mijn kleine hart geeft jouw kleine hart duizenden ‘ik hou van jou’s’.
Deze regel… is het hart van het lied.
En van mijn verhaal.
Want ik was niet groot in liefde.
Ik had dat nooit echt gekend.
Maar met hem voelde ik het groeien.
Mijn kleine hart — kwetsbaar, voorzichtig —
vond zijn weg naar zijn kleine hart.
En dat moment,
dat eerste échte moment dat we gewoon knuffelden en niets hoefde…
dat was het mooiste dat ik ooit gevoeld heb.
“Si tu as de la peine, tu trouveras dans mes bras…”
Als je verdriet hebt, dan vind je in mijn armen…
Ik heb het hem gezegd.
Ik heb het hem getoond.
En ik zal het blijven doen.
Zijn verdriet zal nooit te zwaar zijn voor mijn armen.
Nooit te veel.
Nooit te lastig.
Hij mag vallen, wankelen, terugtrekken.
Mijn armen blijven open.
Slot
Dit lied werd ons lied.
Niet omdat we het samen zongen.
Maar omdat het zei wat ik voelde.
Zonder uitleg.
Zonder excuus.
Het zei wat ik misschien nooit zo krachtig heb kunnen zeggen.
En wat ik vanaf dat moment altijd blijf herhalen:
Je bent niet alleen. Nooit.
Reflectie
Soms kom je iemand tegen
en herken je jezelf — niet in uiterlijk, niet in woorden,
maar in gevoel.
In hoe stil het wordt als je samen bent.
In hoe veilig het plots voelt om niet meer sterk te moeten zijn.
Met hem voelde ik voor het eerst:
ik hoef niets terug te krijgen om toch alles te geven.
Ik hoef niets te bewijzen om er gewoon te zijn.
En dat is misschien de zuiverste vorm van liefde:
aanwezigheid zonder voorwaarden.
Psychologische duiding
Wat ik met Mon Mec ervoer, wordt in de psychologie omschreven als emotionele resonantie:
het moment waarop iemand je niet vult of redt,
maar gewoon op exact dezelfde golflengte mee ademt.
Sommige therapeuten noemen het kernherkenning of zielsparallel:
wanneer twee innerlijke landschappen zó op elkaar lijken,
dat je elkaar spiegelt zonder projectie.
Dit soort verbinding activeert vaak zowel zachtheid als verwarring.
Omdat het alles wat ongevoeld bleef, plots wakker maakt.
En bij mij… bracht het heling,
zonder dat het vroeg om uitleg.
Spirituele blik
Ik ben niet iemand die zweeft.
Maar wat ik met hem voelde, kon ik niet met logica alleen verklaren.
Tot ik las over tweelingzielen.
En ineens had ik woorden voor iets dat ik al lang voelde.
Het was geen leer. Geen dogma.
Het was een taal die eindelijk uitsprak wat mijn ziel al wist:
“We hebben elkaar niet gekozen. We hebben elkaar herkend.”
Ik hoef er geen stempel op.
Maar als er iets is dat dit alles samenvat… dan is het dat.
Slotzin
Soms vertelt een lied jouw verhaal… nog voor je zelf durfde toe te geven dat je het voelde.